Annotatie digitale infiltratie Hansa Market

De digitale infiltratieoperatie op de darknet market ‘Hansa’ is uniek. Tijdens deze operatie heeft de Nederlandse politie onder leiding van het openbaar ministerie een darknet market overgenomen en 27 dagen lang gerund, teneinde bewijs te verzamelen over de verkopers en kopers op de markt.

Deze zaak van de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2019:5339) zaak betreft een veroordeling van één van de verkopers op het darknet market. De advocaat van de verdachte voert aan dat de infiltratieoperatie onrechtmatig was. In deze annotatie (.pdf) ga ik uitvoerig in op de juridische basis voor een digitale infiltratieoperatie en plaats ik een paar kritische kanttekeningen bij het gebrek aan andere verweren in deze zaak.

De feiten

Hansa is een darknet market waarop grootschalig werd gehandeld in voornamelijk drugs, zoals XTC, cocaïne, speed en amfetamine. Darknet markets zijn online handelsplaatsen die verkopers (‘vendors’) en kopers (‘buyers’) bij elkaar brengen. De handelsplaatsen zijn slechts via een bepaald protocol bereikbaar, in dit geval via het Tor netwerk. Tor zorgt ervoor dat het IP-adres van de handelsplaats en de bezoekers verborgen blijven en versleuteld het netwerkverkeer. Gesprekken tussen kopers en verkopers worden vaak versleuteld door middel van het ‘Pretty Good Privacy’-programma (PGP) en betalingen worden verricht door middel van cryptocurrencies, zoals Bitcoin en Monero. De bestelde producten worden per pakketpost afgeleverd op het gewenste adres.

De verdachte is veroordeeld voor het witwassen van bitcoins, die gekoppeld waren aan debet-, credit- en prepaidcards, en vervolgens werden omgewisseld bij een Bitcoin-uitwisselingkantoor voor in totaal meer dan 800.000 euro. Ook heeft de verdachte samen met anderen meer dan 22.000 bestellingen afgeleverd. De drugs werden verstopt in speciaal met 3D-printers geprinte verpakkingen als make-updoosjes. De hoofdverdachte wordt veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.

De rechtbank legt in het vonnis uit dat onder het bevel van een officier van justitie de infiltratiebevoegdheid in artikel 126h Wetboek van Strafvordering (Sv) is ingezet. De rechtbank omschrijft helder op welke wijze de darknet market is overgenomen:

“(…) de infrastructuur van Hansa Market naar Nederlands grondgebied geëmigreerd en is Hansa Market heimelijk en ongewijzigd door het onderzoeksteam overgenomen met als doel wachtwoorden, berichten, orderinformatie en bitcoins niet-versleuteld af te vangen teneinde verdachten te identificeren en illegale goederen in beslag te nemen. Het onderzoeksteam fungeerde daarbij als beheerder van Hansa Market, reageerde op verzoeken van kopers, nam deel aan berichtenverkeer, onderhield contacten en verrichtte een aantal pseudokopen.”

Verweer van advocaat en commentaar

De advocaat van de verdachte voert aan dat het overnemen en beheren van de site geen wettelijke basis heeft, de verdediging geen zicht heeft verkregen in de wijze waarop de infiltratie heeft plaatsgevonden, en niet te controleren is of het optreden van de opsporingsambtenaren rechtmatig was en of voldaan is aan de proportionaliteitseis. De verdediging stelt dat daarom het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte.

De rechtbank oordeelt dat ‘het overnemen en beheren van de website valt onder de bijzondere opsporingsbevoegdheid van infiltratie in de zin van artikel 126h Sv’ (zie rechtsoverweging 3.1 uit de uitspraak). Daaruit bestaat dan ook de gehele motivering van de rechtbank ten aanzien van het eerste verweer, wat wel érg summier is. De rechtbank had kunnen verwijzen naar de wetsgeschiedenis van de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden waarin al in 1997 duidelijk werd aangegeven dat infiltratie ook op internet mogelijk is. Ook lag het voor de hand dat de rechtbank nog eens de achtergrond van de bevoegdheid aanhaalde. Infiltratie is namelijk bedoeld om te participeren in een criminele organisatie teneinde bewijsmateriaal over strafbare feiten te verzamelen. Het is daarbij mogelijk dat (geautoriseerde) strafbare feiten worden gepleegd. De overname en het beheer van de website voor 27 dagen lang, wordt aldus geplaatst onder de bijzondere opsporingsbevoegdheid van infiltratie. Uit het vonnis wordt niet duidelijk of Nederlandse opsporingsambtenaren ook de online identiteit (het account) van de oorspronkelijke ‘administrators’ (beheerders) van de darknet market hebben overgenomen (zie hierover dit – uitstekende – artikel van Wired). Die handeling is mogelijk onderdeel van de inzet van de infiltratiebevoegdheid, maar het is bijvoorbeeld interessant om te weten of de accountovername op vrijwillige basis plaatsvond.

Uitlokking?

De rechtbank oordeelt tevens, terecht meen ik, dat er geen sprake is van uitlokking. De rechtbank past de gebruikelijke toets toe of de verkopers en kopers door de overname niet tot andere strafbare feiten zijn gebracht door het onderzoeksteam, dan waarop hun opzet reeds was gericht (zie ook HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0613). Met de geruisloze overname van Hansa Market heeft het onderzoeksteam de bestaande situatie in zoverre ongewijzigd voortgezet. Niet is gebleken dat verkopers (of kopers) door de overname, dan wel door het handelen van het onderzoeksteam, zijn gebracht tot het begaan van andere strafbare feiten dan waarop hun opzet reeds van tevoren was gericht. Het toelaten van nieuwe vendors en aanbieden van een korting bij personen bij wie al het opzet bestond om te handelen in verdovende middelen op deze specifieke en verborgen website, past volgens de rechtbank eveneens in dit kader en kan dan ook niet worden gekwalificeerd als uitlokking.

Over de transparantie van de infiltratieoperatie oordeelt de rechtbank dat voldoende valt te controleren of is voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het strafdossier bevat een aanvullend proces-verbaal  waarin inzicht in de werkwijze van de opsporingsambtenaren tijdens de infiltratie wordt verschaft. De rechtbank overweegt daarbij in het kader van de subsidiariteit, naar mijn mening terecht, dat ‘enkel het in beslag namen van servers van illegale marktplaatsen eerder niet heeft geleid tot een effectieve verstoring van de handel in verdovende middelen, maar tot een verplaatsing hiervan met behoud van de digitale structuur bij de verkopers op een andere website (het zgn. ‘waterbedeffect’)’. De operatie was namelijk opgezet in samenwerking met de FBI. De FBI heeft eerst de darknet market ‘Alphabay’ ontmanteld. De kopers en verkopers migreerden toen naar ‘Hansa Market’. Op dat moment heeft de Nederlandse politie en het openbaar ministerie de markt overgenomen en 27 dagen lang beheerd teneinde bewijs te verzamelen. Met deze infiltratieactie is het wel mogelijk gebleken de identiteit van verkopers en kopers te achterhalen en eventuele criminele tegoeden van hen in beslag te nemen. De aard en ernst van de strafbare feiten, de onmogelijkheid langs andere weg het bewijs te verzamelen en de begrensde periode van de inzet van het opsporingsmiddel, maakt in combinatie met elkaar dat is voldaan aan de proportionaliteit- en subsidiariteitseis, aldus de rechtbank.

Toch zal de proportionaliteitstoets niet eenvoudig zijn geweest. Hansa Market had naar verluid in totaal meer dan 3600 dealers en in totaal 420.000 bezoekers. Volgens een achtergrondartikel in Wired op basis van een interview met betrokken opsporingsambtenaren waren er op enig moment 5000 bezoekers per dag op de drugsmarkt en vonden ongeveer 1000 bestellingen per dag plaats tijdens het beheer van de Nederlandse autoriteiten. In totaal zouden minstens 10.000 adressen van gebruikers van de darknet market zijn vastgelegd. Hoe weegt de noodzaak tot de inzet van de bijzondere opsporingsbevoegdheid van infiltratie, vermoedelijk in combinatie met andere bijzondere opsporingsbevoegdheden zoals een netwerkzoeking en de telecommunicatietap, op tegen de privacy-inbreuk van die duizenden betrokkenen? In de uitspraak staat bijvoorbeeld in rechtsoverweging 5.3.2 dat tijdens een doorzoeking computers werden aangetroffen die waren ingelogd op een server in Parijs met toezicht tot een ander darknet market (“Dream Market”). In het eerder aangehaalde artikel van Wired staat bijvoorbeeld ook: “The NHTCU officers explained how, in the undercover work that followed, (…),  even tricked dozens of Hansa’s anonymous sellers into opening a beacon file on their computers that revealed their locations”.  Ook zijn naar verluidt de instellingen van de (programmeercode van) de  website gewijzigd, zodat wachtwoorden en geolocatiegegevens in de foto’s van gebruikers van de website zijn vastgelegd.

Rechterlijke toets?

Hieraan gerelateerd bestaat de vraag of het wenselijk is deze toets slechts bij een officier van justitie te beleggen. Het Europees Hof van de Rechten voor de Mens (EHRM) acht de betrokkenheid van een rechter(-commissaris) in undercoveroperaties als het meest geschikt, maar acht ook toezicht van een officier van justitie mogelijk als er voldoende procedures en waarborgen zijn (zie bijvoorbeeld EHRM 4 november 2010, ECLI:CE:ECHR:2010:1104JUD001875706, par. 50 (Bannikova/Rusland), EHRM 23 oktober 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:1023JUD005464809, par. 53, (Furcht/Duitsland) en EHRM 28 juni 2018, ECLI:CE:ECHR:2018:0628JUD003153607, par. 45 (Tchokhonelidze/Georgië). Procedures en waarborgen kunnen bijdragen aan het ondervangen van bepaalde risico’s omtrent de integriteit van een dergelijk onderzoek, bijvoorbeeld het risico dat een undercoveragent zich bezighoudt met zelfverrijking of criminele activiteiten die verder gaan dan oorspronkelijk met een officier van justitie zijn afgesproken. Wellicht zag de advocaat geen heil in dit verweer en speelt hierbij mee dat in Nederland bij infiltratieacties nog een extra toets door de Centrale Toetsingscommissie van het Openbaar Ministerie plaatsvindt.

Doorlaatverbod?

De advocaat van de verdachte stelt verder geen verweer in met betrekking tot het doorlaatverbod uit 126ff Sv, wellicht omdat de schutznorm niet van toepassing is en het verweer waarschijnlijk geen voordeel voor de verdachte oplevert (zie bijvoorbeeld HR 2 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9915). De politie en openbaar ministerie mogen in principe geen drugs doorlaten op de markt en moeten tot inbeslagname van de drugs overgaan, tenzij een zwaarwegend opsporingsbelang prevaleert en de Centrale Toetsingscommissie schriftelijk instemt. Uit nieuwsberichten (zoals deze uit Trouw) is af te leiden dat het openbaar ministerie zich heeft ingespannen pakketverzendingen met drugs tegen te houden. De vraag blijft bijvoorbeeld wel hoe dat in zijn werking ging met de levering van drugs vanuit andere landen. Het vonnis gaat hier verder niet op in.

Conclusie

Het bovenstaande in overweging nemende, kan worden geconcludeerd dat de digitale infiltratieactie op Hansa Market door de Nederlandse politie en het openbaar ministerie een klinkend succes is geweest. De infiltratieoperatie wordt rechtmatig verklaard en daar is in beginsel veel voor te zeggen.

Wel is de rechtbank summier in de motivering van de uitspraak, wordt geen verweer gevoerd met betrekking tot tal van andere bevoegdheden die vermoedelijk zijn ingezet en is het opvallend dat de advocaat niet is ingegaan op het doorlaatverbod. De Hansa-zaak laat de potentiële schaal en technische complexiteit van een dergelijke operatie zien en de lastige overwegingen die hierbij spelen, in het bijzonder met betrekking tot de proportionaliteit.

Ten slotte op deze plaats nog een persoonlijke observatie: het is opvallend dat tot nog toe zo weinig door andere juristen is geschreven over deze operatie. Het is bij uitstek een zaak met interessante juridische discussies (zie ook de opmerking van officier in deze video op 5:50 min). Zou het te technisch zijn voor de gemiddelde jurist of is de zaak simpelweg aan de aandacht ontsnapt? Het is interessant om te zien welke veroordelingen er mogelijk nog komen en welke online undercover operaties in de toekomst zullen volgen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.