Interessant ENISA-rapport over cybersecurity gepubliceerd

Op 15 januari 2018 heeft het Europese cybersecurityagentschap ENISA een interessant rapport gepubliceerd over cybersecuritydreigingen. In het rapport worden de bevindingen van een grote hoeveelheid andere rapporten van cybersecuritybedrijven geanalyseerd en de resultaten daarvan gepresenteerd. Het rapport biedt ook enige technische diepgang. In deze blog post deel ik de zaken die mij uit het rapport opvielen.

Algemeen

In het rapport wordt er op gewezen dat in 2017 cybercriminelen de grootste bedreiging op het gebied van cybersecurity vormen. Twee derde van de aanvallen zijn van deze actor afkomstig. Hierbij wordt opgemerkt dat in plaats dat zij zeer massale meer ongerichte malware-aanvallen uitvoeren, cybercriminelen nu vaker op zoek gaan naar (financieel) aantrekkelijke doelwitten en daar hier gerichte aanvallen op uitvoeren. Cybercriminelen verdienen daarnaast volgens ENISA veel geld met advertentiefraude (clicks genereren en daarmee geld verdienen) en het leveren van diensten voor andere cybercriminelen (cybercrime-as-a-service). Volgens ENISA is er een toenemende interactie tussen cybercriminelen en statelijke actoren bij het uitvoeren van aanvallen.

De ‘insider-dreiging’ (medewerkers van bedrijven of instellingen) worden als tweede grootste bedreiging geïdentificeerd. ENISA zegt dat het motief bij deze interne actoren in de regel financieel van aard is.

Statelijke actoren worden als derde grootste bedreiging gesignaleerd. Staten maken van computers en internet gebruik voor bijvoorbeeld economische spionage en om aan (politieke) beïnvloeding te doen. ENISA wijst er op dat steeds meer staten investeren in de “cybercapaciteiten” van overheidsinstanties en dit leidt tot een grotere cybersecurity leidt. Ook wordt ondersteuning gevonden voor de claim dat deze statelijke actoren vaker dan andere actoren gebruik maken van zero day-kwetsbaarheden bij hun aanvallen. Het lekken van deze zero days kan op zijn beurt grote gevolgen hebben, zoals de WannaCry-aanval laat zien.

Op p. 98 van het rapport is een mooi overzicht van de betrokken actoren en hun manier van werken te vinden.

Cybercrime-specifiek

De meest in het oog springende resultaten met betrekking tot cybercrime zou ik als volgt samenvatten:

  1. Toename in ernst en complexiteit van aanvallen

In het algemeen wordt er op gewezen dat cybercrime in enge zin – kort gezegd (1) computervredebreuk (hacken), (2) de verspreiding van malware en (3) ddos-aanvallen – in ernst en complexiteit stijgt. Interessant is bijvoorbeeld de stijging in ‘clickless’ malware, waarbij geen interactie (zoals een klik op een knop of bestand) is vereist ten behoeve van de installatie van malware en de verdere verspreiding ervan. In het rapport wordt ook gewezen op het gebruik van kwetsbaarheden in webbrowsers (incl. plugins) en kwaadaardige linkjes via phishingmails als populaire infectiemethode.

In het rapport uiteraard ook gewezen op de stevige stijging van malware-incidenten en zeer zware ddos-aanvallen die zijn uitgevoerd met behulp van het Mirai-botnet (dat misbruik maakt van kwetsbare IoT-apparaten). De dos-aanval op DNS-provider Dyn leidde tot grote en merkbare schade door het tijdelijk uitvallen van populaire diensten zoals Netflix.

ENISA komt tot de zorglijke conclusie het opsporen van de daders achter aanvallen (zoals criminelen en statelijke actoren) “welhaast onmogelijk” is en de acties en motieven van de aanvallen achteraf vaak onduidelijk blijven. Dat maakt het op zijn beurt volgens het agentschap bijzonder moeilijk de actoren achter cyberaanvallen en werkwijze te profileren.

De Nederlandse politie krijgt nog een “eervolle vermelding”  (afhankelijk hoe je het bekijkt) van een ‘sophisticated, yet risky way to prosecute cyber-criminal offences’ in het kader van het overnemen van de Hansa-marktplaats op het darkweb.

  1. Ransomware

Ransomware wordt een ‘prominent threat’ genoemd. In het rapport wordt mooi weergegeven wat de tijdlijn is geweest met betrekking tot de WannaCry-aanval die in Nederland tot uitval van (onder andere) de Tweede Maasvlakte heeft geleid. Het verwonderd mij overigens dat de regering in een Kamerbrief laat weten dat deze aanval niet ‘maatschappelijk ontwrichtend’ is geweest. Welke aanvallen zijn dat dan wel, vraag ik mij af. En wat voor een rol speelt het NCSC hierbij nu precies? Is deze enigszins effectief?

Ten slotte werd een interessant nieuwe trend genoemd waarbij gespecialiseerde ransomware zich richt op medische apparaten. Als deze onbruikbaar worden kan dit natuurlijk ook (meestal indirect) de gezondheid van mensen in gevaar brengen. Dit past in de genoemde trend in het rapport waarbij meer gerichte ransomware aanvallen plaatsvinden om geld af te persen van bedrijven of overheidsinstellingen.