Nieuwe brief over de aanpak van kinderpornografie

27 januari 2012 heeft Minister Opstelten een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over de aanpak van kinderpornografie. In de brief worden bestaande plannen bevestigd, zoals de nationale slachtoffergerichte aanpak en een verdubbeling van werkcapaciteit voor de bestrijding van kinderporno. Deze voornemens juich ik toe.

In dit bericht wil ik ingaan op een paar aspecten uit de brief die mij zijn opgevallen.

Alternatieve afdoeningen

Op pagina 5 wordt vrij uitgebreid ingegaan op de resultaten van de pilot ‘Initiatief Niets Doen Is Geen Optie’ (INDIGO). In de situatie waar een downloader of kijker van kinderpornografie door de politie wordt geïdentificeerd wordt namelijk soms een alternatief traject ingezet. Daarbij zal de politie met de houder van desbetreffende IP-adres of met de bewoner van de desbetreffende woning een ‘stevig gesprek’ gevoerd en krijgt de kinderpornogebruiker een waarschuwingsbrief van het OM. Dit wordt gedaan wanneer onvoldoende informatie aanwezig is een opsporingsonderzoek voort te zetten. De betrokkene wordt ook geregistreerd in de politiesystemen.

Een ander alternatief traject is dat de betrokkene – nadat is vastgesteld dat deze daadwerkelijk kinderporno volgens politie en justitie in bezit had – onder toezicht van de reclasseringsdient gaat en een intensief begeleidingstraject moet volgen bij een GGZ instelling.

Om eerlijk te zijn weet ik niet goed wat ik hier nu van moet vinden. Tegen het tweede traject zie ik op het eerste gezicht minder bezwaren dan het eerste. Wel vind ik het in ieder geval belangrijk genoeg hier op te merken.

Decryptiebevel

In navolging van de Kamerbrief van 10 juni 2011 laat de minister weten wat de ervaringen zijn met het decryptiebevel uit het Verenigd Koninkrijk. In het VK wordt het bevel per saldo positief gewaardeerd. Daarom is de minister van oordeel dat een vergelijkbare regeling ‘met een positieve grondhouding’ moet worden benaderd. Op zich vind ik het niet verassend dat  opsporingsambtenaren het een ‘nuttig instrument’ vinden de verdachte te verplichten gegevens voor opsporingsambtenaren weer leesbaar te maken. Het decryptiebevel staat echter wel in spanning met het nemo tenetur-beginsel zoals vervat in artikel 6 EVRM. Een verdachte hoeft in beginsel niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Terecht merkt de minister op dat de regeling uit het Verenigd Koninkrijk niet is voorgelegd aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en nader onderzoek wenselijk is.

Opmerkelijke potentiële maatregelen uit het barrièremodel

In het barrièrmodel kinderporno is het kinderpornografieproces in beeld gebracht. Daarbij wordt aangegeven op welke manieren op welk moment kan worden ingegrepen om kinderporno te bestrijden. Daarbij gaat het niet alleen om juridische maatregelen. In het ‘Actieplan aanpak kindermishandeling 2012-2016’ worden de interventies die eenvoudig en op korte termijn in te voeren zijn verder uitgewerkt. Het is onduidelijk welke dat precies zijn. Voorbeelden van interventies die directe of korte termijn kunnen worden uitgevoerd zijn: het runnen van informanten en toepassing wet bijzondere opsporingsbevoegdheden, ontwikkelen van protocol met creditcardmaatschappijen voor blokkering na aankoop kinderporno, standaardinbeslagname van gegevensdragers bij zedendelicten en het uitbreiden van digitale wijkagenten voor monitoren op websites voor kinderen.

Bij de middellange implementatietermijn wordt gedacht aan: het signaleren en melden van bepaalde zoektermen en taalgebruik door samenwerking met providers en social mediawebsites, remotebeheer: stelselmatig checken en / of beperken wat veroordeelde zedendelinquent met minderjaren online doet (monitoring), informatie uitwisselen door Openbaar Ministerie aan B&W m.b.t. veroordeelde zedendelinquenten in gemeente en verhuisberichten doorsturen, database veroordeelde zedendelinquenten beschikbaar stellen door organisaties die met kinderen werken t.b.v. screening kandidaten, zedenvolgsysteem en onder toezicht stellen van veroordeelde zedendelinquenten met minderjarigen.

Bij sommige maatregelen staat een vraagteken en dat zijn dan ook wel de meest opmerkelijke. Veel van die maatregelen vind ik héél curieus. Zie bijvoorbeeld: verstoren van peer-to-peer netwerken door aanmaken van nepaccounts, verspreiden of aanbieden van kinderporno met virussen, versturen van e-mailbom naar verdachte, en de uitsmijter: ‘cookies op kinderpornosites plaatsen dat de politie meekijkt, IP-adres registreert en doorverwijzing naar ‘Stop it now’ of afsluiten van net-kp pagina maken’.

Wel wordt hierover opgemerkt: “Deze interventies zijn overigens gebaseerd op de input van de diverse deelnemers aan de brainstormsessies en weerspiegelen niet direct de voorziene koers vanuit het PVAKP/de politie. Bij een aantal van de genoemde interventies zijn in dit stadium nog vraagtekens te plaatsen voor wat betreft de haalbaarheid en werkbaarheid, bijvoorbeeld in verband met juridische kwesties en digitale consequenties”. Hmm, dat er nog vraagtekens bij te plaatsen zijn vind ik wel een understatement..

Filter bij Leaseweb

Tenslotte nog een enkele opmerking over de filterdienst van Leasweb. Mede gezien mijn functie bij Fox-IT vind ik het niet gepast op mijn blog uitgebreid in te gaan op de brief van Bits of Freedom waarin wordt gesteld dat de kinderpornofilter bij Leaseweb in strijd zou zijn met het recht op privacy en de vrijheid van meningsuiting. Wel wil opmerken dat de filterdienst waarvan bedrijven gebruik kunnen maken om kinderporno op hun websites tegen te houden volgens mij gewoon legitiem is. Persoonlijk sta ik dan ook achter het project (net als in 2010 toen ik mijn scriptie schreef (zie aanbeveling 5 op p. 115) en nog niet bij Fox-IT werkzaam was).