CBP plaatst studenten buiten spel

Na een half jaar is er weer nieuws over het handhavingsverzoek van de studenten OV-chipkaart! Het CBP heeft op 7 juni 2011 definitief besloten ons niet als belanghebbende aan te merken m.b.t. het onderzoek naar de studenten OV-chipkaart, dat de privacywaakhond naar aanleiding van ons verzoek heeft ingesteld. De brief is hier te lezen en ons bezwaar van 21 maart 2011 is hier te lezen. In dit bericht zullen we kort stil staan bij de gang van zaken die tot dit besluit heeft geleid en hier een oordeel over geven.  

Optreden van CBP inzake studenten OV-chipkaart

Op 8 februari 2010 hebben vijf Clinic-studenten onder begeleiding van universitair hoofddocent Gerrit-Jan Zwenne van de afdeling eLaw@Leiden van de Universiteit Leiden (link) een handhavingsverzoek naar het College Bescherming Persoonsgegevens gestuurd. In de brief werd het CBP verzocht de Wet bescherming persoonsgegevens te handhaven met betrekking tot het beleid van openbaar vervoer bedrijven inzake de studenten OV-chipkaart. De brief had een bijlage van honderd pagina’s en op verzoek van het CBP is nog een uitgebreide toelichting gestuurd. Naar aanleiding van onze brief stelde het CBP een onderzoek in.  

Uiteindelijk vaardigde het CBP op 9 december 2010 een persbericht uit waarin zij stelde dat de GVB, RET, NS en Trans Link Systems in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens hebben gehandeld. Dit zijn ook de bedrijven geweest die in het verzoek werden genoemd, aangezien daarmee door de indieners van het handhavingsverzoek is gereisd. Andere OV-bedrijven zoals Veolia heeft het CBP niet in het onderzoek betrokken. Over het besluit van CBP is eerder dit uitgebreide blogbericht geschreven 

In het kort komt het besluit van het CBP er op neer dat alle OV-bedrijven de Wbp niet correct hebben nageleefd. De persoonsgegevens van studenten worden op basis van verkeerde gronden in de Wbp verwerkt en (op de NS na) zijn de gegevens veel te lang bewaard. Het CBP zag geen concrete aanwijzingen dat de beveiliging van persoonsgegevens niet op orde was en is nauwelijks ingegaan op een belangrijk punt van ons handhavingsverzoek, namelijk het verwerken van persoonsgegevens voor reclame-doeleinden. Wat ons betreft past dit niet binnen de taakstelling van openbaar vervoer bedrijven. De toezichthouder ging hier alleen op in door te herhalen wat OV-bedrijven met betrekking tot dit onderwerp in een openbare melding hadden aangegeven.  

Normaal gesproken worden na de publicatie van de voorlopige bevindingen de belanghebbenden gehoord. Wat ons betreft waren dat de openbare vervoer bedrijven en de indieners van het handhavingsverzoek. Vervolgens worden de definitieve onderzoeksresultaten gepubliceerd. Daar heeft het CBP echter een stokje voor gestoken.  

Wel of geen belanghebbende?

In plaats van een uitnodiging voor een hoorzitting kregen we van het CBP op 3 februari 2011 – een jaar na ons handhavingsverzoek! – een brief met de mededeling dat we geen belanghebbenden zouden zijn. Hier zijn we op 21 maart 2011 tegen in bezwaar gegaan en op 7 juni 2011 heeft het CBP definitief beslist dat we geen belanghebbende zijn.  

De beslissing van het CBP lijkt niet goed doordacht. Anders dan het CBP veronderstelt ligt ons belang niet bij een ‘subjectief gevoel van sterkte betrokkenheid’, maar hadden wij ten tijde van het handhavingsverzoek een studenten OV-chipkaart en zijn onze persoonsgegevens vermoedelijk in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens verwerkt. Bovendien gaf het CBP ons letterlijk de indruk dat wij belanghebbenden waren, door in haar brief van 1 april 2010 de procedure uit te leggen: “Conform de wettelijke procedure zullen deze partijen de gelegenheid krijgen te reageren op de voorlopige bevindingen van het CBP. Hierna wordt het onderzoek afgerond met de definitieve bevindingen. Vervolgens zal het CBP op grond van de definitieve bevindingen een gemotiveerde beslissing nemen op uw handhavingsverzoek. Het CBP verwacht hiervoor nog enige tijd nodig te hebben. Uiteraard houdt het CBP u op de hoogte van de voortgang.” Deze uitleg is conform artikel 60 lid 3 Wbp, waarin staat dat het College mededeling van haar bevindingen mededeling doet aan de belanghebbende. 

Door ons niet als belanghebbende aan te merken kunnen wij niet meer reageren op de voorlopige bevindingen van het onderzoek en geen invloed meer uitoefenen op de definitieve bevindingen van het studenten OV-chipkaart onderzoek. Het CBP heeft ons daarmee effectief buiten spel geplaatst.  

Conclusie

Het is ons volstrekt onduidelijk gebleven welke maatregelen de OV-bedrijven hebben genomen naar aanleiding van de vernietigende voorlopige bevindingen van het CBP in december 2010. Het niet-aanmerken van ons als belanghebbende vinden wij onbegrijpelijk. Een toezichthouder kan blijkbaar bij gelegenheid mensen aanmerken als belanghebbende of niet en hen daarmee buiten spel zetten. Het verbaast ons dat het CBP op deze onelegante en onprofessionele wijze omgaat met concrete belangen van data subjecten.  

Toch zijn we blij dat naar aanleiding van ons handhavingsverzoek een onderzoek is ingesteld en in eerste instantie is geoordeeld dat de OV-bedrijven in strijd met de wet hebben gehandeld. Hopelijk neemt het College op korte termijn haar beslissing (wij wachten immers al bijna anderhalf jaar) en blijft het besluit uit december overeind.

Be Sociable, Share!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *