De Verwijsindex risicojongeren (VIR)

Na een
heerlijke vakantie van 3 weken zal ik verder gaan met bloggen over privacy en
cybercrime. In dit bericht staat een artikel van mij en professor Bruning
centraal over de Verwijsindex risicojongeren. Het artikel is verschenen in
nummer 3 van het tijdschrift Privacy & Informatie.

Het
afgelopen half jaar heb ik mij in mijn werk in de functie van junioronderzoeker
bij de Universiteit Leiden bezig gehouden met de gegevensuitwisseling in de
jeugdzorg en in het bijzonder de privacyaspecten daarvan. Onderdeel van mijn onderzoek
is de Verwijsindex risicojongeren (VIR). Samen met professor Mariëlle Bruning
van de Universiteit Leiden heb ik hier een artikel over geschreven.

De VIR is
een soort ICT-systeem dat al vanaf 2007 in Nederland actief is en brengt
hulpverleners bij elkaar die zich met hetzelfde ‘kind’ (personen tot 23 jaar)
bezighouden. Hulpverleners die zich zorgen maken over de ‘de ontwikkeling van
de jeugdige naar volwassenheid’ kunnen een melding doen aan het systeem. Indien
er van de jeugdige al een keer eerder een melding is gemaakt krijgen de
hulpverleners hierover een bericht en kunnen zij vervolgens met elkaar contact
opnemen. Tijdens (of het liefst daarvoor) het contactmoment moeten de
hulpverleners beslissen welke relevante informatie (gegevens met betrekking tot
een natuurlijk persoon en dus ‘persoonsgegevens’ in de zin van privacywetgeving)
ze met elkaar gaan uitwisselen. Zaken als dat van de peuter Savannah hebben
duidelijk gemaakt dat er in verleden niet altijd effectief werd samengewerkt
door de betrokken hulpverleners. Het idee is dat de verwijsindex een instrument
is die dat soort situaties helpt voorkomen.

De regering
gaat ervan uit dat de meldingsbevoegden voldoende bewust zijn van de relevante
regelgeving en vertrouwt er volledig op dat er binnen de wettelijke kaders
wordt gehandeld. In ons artikel wordt aandacht besteed aan de belangrijkste
(juridische) discussiepunten over de VIR. Door de wetgevers is volgens ons een
te rooskleurig beeld geschetst van de kwaliteit van meldingsbevoegden ten
aanzien van privacyvraagstukken. Het gevaar bestaat dat door te brede meldingscriteria
(zoals benoemd in artikel 2j van de Wet op de Jeugdzorg
en nader toegelicht in de ‘handreiking
meldcriteria’ zoals te raadplegen op meldcriteria.nl) er te gemakkelijk
meldingen worden geplaatst. Zo kunnen jeugdigen die geen hobby’s of interesses
hebben en uit zichzelf geen interactie aangaan met de omgeving  in de verwijsindex opgenomen worden, indien
dat volgens de hulpverlener ‘hun ontwikkeling naar volwassenheid beïnvloed’(zie
‘categorie V’ van de handreiking). De hulpverlener zal overigens de reden van
opname in van het kind in de verwijsindex wel in een dossier moeten
documenteren voor eventuele verantwoording achteraf.

Het is
belangrijk te realiseren dat een melding geen vrijbrief is voor een onbeperkte
gegevensuitwisseling over de betrokkene. Door eventuele onterechte
gegevensuitwisseling tussen hulpverleners kan de privacy van individuen worden
geschaad. Een hoog aantal instanties is bij de VIR betrokken (uit de domeinen
jeugdzorg, (jeugd)gezondheidszorg, politie en justitie, onderwijs en
schuldsanering) en hierdoor kan  de vraag
of gegevens uitgewisseld mogen worden bijzonder complex zijn. NIet zeker is
of professionals voldoende zijn toegerust deze (juridische) vragen zelf te beantwoorden.
En als dat niet het geval is, is er dan voldoende juridische expertise bij de
overheid beschikbaar in de vorm van privacy functionarissen (FG’s) en
instanties als de Helpdesk Privacy om de nodige vragen te beantwoorden?

Dit zijn
allemaal vragen die in het artikel aan bod komen. Als je geïnteresseerd bent
kun je hier het hele artikel lezen.

Be Sociable, Share!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *